Mond- en klauwzeer (MKZ) is een gevreesde, want zeer besmettelijke dierziekte. Oorzaak is een virus waar vooral runderen, schapen, geiten, varkens, alpaca’s en herten gevoelig voor zijn, zogeheten evenhoevige herkauwers. Bij deze dieren kan het virus heel gemakkelijk het lichaam binnendringen en dat is niet het geval bij bijvoorbeeld paarden.
Raken evenhoevige dieren besmet met het mond- en klauwzeervirus, dan krijgen ze blaren in de mond, aan de neus, tong en lippen, aan de hoeven en het uier. Andere symptomen zijn: koorts, overmatig speekselen, gebrek aan eetlust en gewichtsverlies. Slechts een klein percentage van de besmette dieren sterft. Dieren herstellen meestal en bouwen weerstand op.
De ziekteverschijnselen zijn ernstiger bij runderen en intensief gehouden varkens dan bij schapen en geiten. De ernst hangt af van het virustype, de hoeveelheid virus die een dier binnenkrijgt, de leeftijd, de diersoort, of een dier eerder de ziekte heeft gehad. Het sterftepercentage is over het algemeen laag bij volwassen dieren (1-5%), maar hoger bij jonge kalveren, lammeren en biggen (20% of meer). De incubatietijd bedraagt 2-14 dagen.
In het verleden lieten de boeren hun dieren uitzieken. Ze zorgden ervoor dat ze allemaal besmet raakten, zodat ze minder vatbaar waren bij een volgende uitbraak. Vanaf eind jaren zestig van de vorige eeuw kwamen er dankzij een succesvolle inentingscampagne – deelname was verplicht – vrijwel geen uitbraken meer voor. Totdat de Europese lidstaten om economische redenen besloten met inenten te stoppen en het preventief vaccineren zelfs te verbieden. Dat gebeurde op aandringen van de exporteurs van melk en vlees. Nederland had daarbij een belangrijke vinger in de pap. Het vaccinatieverbod werd in 1991 ingevoerd.
In de plaats van vaccinatie kwamen er adviezen om besmetting te voorkomen. Die bleken bij een toenemend transport van vooral kalveren niet afdoende. Tien jaar na de invoering van het vaccinatieverbod brak de ziekte uit in het Verenigd Koninkrijk. In het vroege voorjaar van 2001 kwam het virus via de import van kalveren terecht op een bedrijf in Oene. Toen de ziekte in 2001 in Nederland uitbrak, was het vee onbeschermd. Met behulp van noodvaccinaties heeft de overheid geprobeerd het virus in te dammen. Dat is gelukt. Het aantal uitbraken bleef beperkt tot 26 bedrijven met ruim vierduizend evenhoevige dieren, overwegend gelegen in de zogeheten driehoek tussen Zwolle, Apeldoorn en Deventer.
Hoe succesvol de vaccinatie tegen mond- en klauwzeer ook was, er zijn weinig levens gespaard. In totaal zijn er in korte tijd bijna 270.000 dieren (runderen, varkens, geiten, schapen en overige evenhoevigen) gedood en vernietigd. Het doden van die enorme aantallen dieren was niet noodzakelijk om de dierziekte te bestrijden, maar om de export van melk en vlees veilig te stellen.
Mond- en klauwzeer is sinds 2001 niet meer teruggekeerd in Nederland. De meest recente uitbraken deden zich voor begin 2025 in Duitsland, Hongarije en Slowakije en begin 2026 op Cyprus (in het EU-gedeelte). Boeren daar willen dat hun vee wordt ingeënt. Net als destijds in Nederland, verzetten ze zich tegen het doden van gezonde dieren.
In Europa geldt nog steeds een verbod op preventieve vaccinatie tegen mond- en klauwzeer. De nadruk ligt op preventie, zoals ervoor zorgen dat er geen besmette dieren worden geïmporteerd en de reiniging en desinfectie van stallen, transportmiddelen en apparatuur. Iedere houder van evenhoevige dieren is verplicht een besmetting met het mond- en klauwzeervirus te melden. De overheid moet de ziekte bestrijden. Wanneer welke maatregelen er worden genomen, staat beschreven in een draaiboek.

Mond- en klauwzeer is wijdverspreid over de hele wereld, met name in Azië, Afrika en het Midden-Oosten. Meer dan 90 staten hebben geen officieel erkende MKZ-vrije status. In het tijdperk van globalisering en de wereldwijde toename van reizen, handel en goederenvervoer, blijft de ziekte een permanente bedreiging. De World Organisation for Animal Health (WOAH) houdt bij waar zich besmettelijke dierziekten voordoen en welke landen vrij zijn van een ziekte zoals mond- en klauwzeer.
Je kan de inhoud van deze pagina niet kopiëren