Inleiding

We zijn er anno 2026 getuige van hoe Trump in de VS per decreet regeert en we verbazen ons. Zou dat hier ook kunnen gebeuren? Voor een antwoord op die vraag  hoeven we niet ver terug te gaan in de tijd. Van de ene dag op de andere kunnen burgers in Nederland rechteloos worden gemaakt.

Het was begin deze eeuw: de democratische rechtsorde stond binnen de kortste keren op ‘’uit’’. De wet- en regelgeving ter bestrijding van de besmettelijke dierziekte mond- en klauwzeer ging boven alles. In de gebieden waar de ziekte heerste zetten militairen wachtposten op bij toegangswegen, vee mocht niet meer worden vervoerd en het openbare leven kwam stil te liggen. We hadden nog een parlement en een vrije pers. Maar niemand was in staat de karavaan die op gang kwam om een virus te bestrijden, tot stilstand te dwingen. Mannen in witte en blauwe pakken voerden vernietigende orders uit.

Machtpositie vee-industrie

De vee-industrie had in de jaren daaraan voorafgaand een machtspositie opgebouwd en zich diep genesteld in nationale en Europese bestuurslagen. Subsidies joegen de productie aan. De export van vlees en melk werd  heilig verklaard. Boeren klaagden geregeld dat ze te weinig verdienden, maar wisten zich toch staande te houden. In ons veedichte land was sprake van een hardnekkig mestoverschot, maar daar viel via de politiek telkens wel weer een mouw aan te passen.

Schaalvergroting en kostprijsbeheersing waren in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw aan de orde van de dag. Economen van de Landbouwuniversiteit in Wageningen deden ondersteunend onderzoek. Zo becijferden ze dat het goedkoper was te stoppen met vaccineren tegen mond-en-klauwzeer. Eens in de zoveel tijd een uitbraak was een stuk voordeliger. En mocht de ziekte toeslaan en moeilijk in te dammen zijn, geen zorgen, dan hebben we een entstof voor noodvaccinaties. Sinds 1991 gold er een Europees non-vaccinatiebeleid. Preventief inenten was sindsdien verboden.

Misrekening

Nu weten we dat er destijds een enorme misrekening is gemaakt. Toen het eenmaal zo ver was – op 21 maart 2001 deed zich in Nederland de eerste uitbraak voor van mkz – nam een gelegenheidscoalitie van wetenschappers, bedrijven en belangenbehartigers de macht over. In eerste instantie rond enkele besmettingshaarden en later in het hele gebied tussen Zwolle-Apeldoorn-Deventer – de zogeheten driehoek – kregen houders van zogeheten evenhoevigen te maken met  ingrijpende, vrijheidsbeperkende maatregelen.
Wet- en regelgeving (Europees én nationaal) werden zo geïnterpreteerd dat er geen ontkomen aan was. De staat gaf, aangestuurd door de agrolobby, de aanzet tot ‘’stamping out’’. Hetgeen betekende een machtsovername op het boerenerf, met een grove inbreuk op privacy en eigendomsrecht tot gevolg. In de zijlijn was daar de inzet van politie en marechaussee om het overheidsoptreden in goede banen te leiden en opstandige burgers in toom te houden.

Doodvonnis

Op 12 april werd het doodvonnis geveld over al het evenhoevige vee in de driehoek. Daar waren inmiddels 54.000 runderen met behulp van een noodvaccinatie ingeënt om het virus te stoppen. Het vaccin werkte goed, maar ze moesten toch dood. Landbouwminister Brinkhorst hield de Tweede Kamer voor dat het in leven laten van de dieren op zeer ernstige bezwaren stuitte. ‘’Die bezwaren zijn met name van veterinaire aard’’. (..) ‘’Slechts door de rundveestapel te ruimen, valt te ontkomen aan herhaald vaccineren’’. In Kootwijkerbroek, waar sterk werd getwijfeld of een uitbraak van mkz wel op de juiste manier was vastgesteld, hadden de autoriteiten de grootste moeite om de orde te handhaven. De mobiele eenheid moest eraan te pas komen. Uit het dorp zijn op grond van één vermeende besmetting 60.000 dieren afgevoerd.

Al die tijd heerste er in het getroffen buitengebied een vreemde, adembenemende dreiging van het onbekende. In de media werd gesproken over een oorlog. Wie dieren had, volgde van uur tot uur het nieuws, met een kaart van het gebied op tafel. Op die kaart trokken ook wij zogeheten ruimingscirkels rond besmette bedrijven. Allesoverheersende vraag: ‘’Vallen we erbinnen of erbuiten?’’

Wij woonden destijds op steenworp afstand van de mkz-haarden in Oene en Welsum, in gezelschap van twee varkens en acht schapen, waarvan vijf drachtig. Net als zoveel andere particulieren met een paar dieren, sloegen we alles wat er gebeurde met verbijstering gade. Ook het lot van onze varkens en schapen zou van staatswege worden bezegeld. Ze mankeerden niets. Een advocatenkantoor wees ons verzoek om juridische bijstand af. ‘’Dat is zinloos, mevrouw’’, kreeg ik te horen. ‘’Van de staat wint u het niet’’.

Verdachtverklaring

Een medewerker van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees stond eind maart aan het hek van onze boerderij met een brief. Onze dieren waren verdacht verklaard. In de toenmalige Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren artikel 21 en 22 lazen we wat dat betekende. De verdachtverklaring was in feite een bijzondere vorm van onteigening. Als eigenaar van evenhoevige dieren bleken we plotseling rechteloos. We stonden met de rug tegen de muur. Met een bezwaarschrift, zo realiseerden we ons, hou je de karavaan des doods, de invasie van mannen in witte en blauwe pakken, niet tegen.

Ik volgde enkele korte gedingen die door anderen waren aangespannen. De overheid bediende zich tot in de rechtszaal van door wetenschappers, staatsjuristen en agrolobby ingefluisterde dubieuze inzichten en slaagde erin iedereen monddood te maken. Het advocatenkantoor dat ik raadpleegde vanwege hun ervaring met de uitbraak van klassieke varkenspest in 1998, kreeg al gauw gelijk. Een kort geding was niet geschikt voor een gedegen juridische interpretatie van wat de autoriteiten, terzijde gestaan door een landsadvocaat en gezagsgetrouwe virologen, in de rechtszaal te berde brachten.

Zwaar geschut

Sommige opiniemakers brachten zwaar geschut in stelling: dit is ‘’een monsterachtig om zich heen grijpende misdaad’’ (Koos van Zomeren, NRC), dit is een ‘’heksenjacht op het dier’’ (Midas Dekkers, De Groene), ‘’weg met de hele sector’’ (Marcel van Dam, Volkskrant), ‘’de minister moet zich schamen (J.J. Voskuil, Trouw).

Jan Terlouw, destijds lid van de Eerste Kamer voor D66 en eigenaar van een paar koeien en schapen in Twello, maakte de verslaggever van het Reformatorisch Dagblad op 29 maart 2001 deelgenoot van zijn ‘’Kafkaiaanse droom’’ over een ‘’duister bevel’’.

“Vanaf Brusselse burelen lanceert een anoniem Permanent Veterinair Comité, waarvoor wij nooit democratisch hebben gekozen, het duistere bevel dat wij grote aantallen op zich gezonde dieren moeten doden. En wij volgen dat bevel nog op ook, blijkbaar in de lamleggende overtuiging dat verzet tegen zo’n bureaucratische kolos nauwelijks zin heeft. (…) Ik begrijp nog steeds niet op grond van welke juridische wet we verplicht zijn zo te handelen. Om over een zedelijke wet nog maar niet te spreken.”

Terwijl het volk werd misleid door overheidsvoorlichting en de televisie beelden liet zien van angstaanjagende grote grijpers met dode koeien en van huilende boeren, gaven de geschreven media ruim baan aan tegengeluiden. Die voedden de twijfel dat Europa exact voorschreef hoe Nederland mond-en-klauwzeer moest bestrijden, dat er zoiets zou bestaan als een principieel verbod op noodvaccinaties, dat na noodvaccinatie hoe dan ook de dood volgde. De maatschappelijke weerstand groeide, maar het haalde allemaal weinig uit.

Lees meer