Op een veebedrijf in het Gelderse Oene dat besmette kalveren uit Ierland had geïmporteerd, constateerde een dierenarts op 17 maart 2001 klinische verschijnselen van mond-en-klauwzeer (mkz). Het bleef in eerste instantie bij een ernstige verdenking, maar alle evenhoevige dieren op het bedrijf werden wel gedood. Op 21 maart 2001 kwam het bericht dat er op een bedrijf in Fortmond (gemeente Olst-Wijhe) mond-en-klauwzeer heerste. Het was het eerste, officiële geval in Nederland sinds 1984. Zes andere besmettingen bij bedrijven zijn te herleiden tot de bron in Oene, waar op 21 maart een bevestiging van de besmetting binnen kwam.
In totaal raakten gedurende de mkz-crisis 26 bedrijven besmet, overwegend in de zogeheten driehoek, een gebied tussen Apeldoorn, Deventer en Zwolle. Daarbuiten werd in Kootwijkerbroek één bedrijf besmet verklaard. Verder deed zich één besmetting voor in Oosterwolde, twee in Friesland (Ee, en Anjum). In totaal zijn 271.454 evenhoevige dieren op 2921 bedrijven gedood en vernietigd (varkens, runderen, schapen, geiten, overige evenhoevigen). Daarvan waren er 200.121 op 1931 bedrijven via noodvaccinaties ingeënt. De overgrote meerderheid van de gedode dieren mankeerde helemaal niets.
Op 26 juni 2001 kwam er een officieel einde aan de mkz-uitbraak in Nederland. Op 19 september 2001 kreeg Nederland weer de mkz-vrij status.
De schade
De aanpak van mkz was een omvangrijke logistieke en kostbare operatie. Het Centraal Planbureau schatte de schade op bijna 1,36 miljard euro. Economen van Wageningen Universiteit kwamen op een lager bedrag uit: ongeveer 500 miljoen euro voor agrarische bedrijven, circa120 miljoen euro voor het Diergezondheidsfonds, ruim 140 miljoen euro voor de overheid en 90 miljoen euro voor de EU. Totaal 850 miljoen euro. De mkz-crisis had een negatief effect op de nationale economie van 0,2%.
Wat is mond- en klauwzeer?
Mond- en klauwzeer is een zeer besmettelijke ziekte, veroorzaakt door een virus waar vooral evenhoevigen (runderen, schapen, geiten, varkens, alpaca’s en herten) gevoelig voor zijn. De dieren krijgen blaren in de mond, aan de hoeven en het uier. Andere symptomen zijn: koorts, gebrek aan eetlust en gewichtsverlies. Slechts een klein percentage van de besmette dieren sterft. Dieren herstellen meestal en bouwen weerstand op.
In het verleden lieten de boeren hun dieren uitzieken. Ze zorgden ervoor dat ze allemaal besmet raakten, zodat ze minder vatbaar waren bij een volgende uitbraak. Vanaf eind jaren zestig van de vorige eeuw kwamen er dankzij een succesvolle inentingscampagne – deelname was verplicht – vrijwel geen uitbraken meer voor. Totdat de Europese lidstaten om economische redenen besloten met inenten te stoppen en het preventief vaccineren zelfs te verbieden. Dat gebeurde op aandringen van de exporteurs van melk en vlees. Nederland had daarbij een belangrijke vinger in de pap. Het vaccinatieverbod werd in 1991 ingevoerd.
Wet- en regelgeving
De Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren bood in 2001 de mogelijkheid om verdachte en zieke dieren te doden. Het preventief doden van dieren op niet-besmette bedrijven was volgens de nationale wetgeving niet verplicht. Uiteindelijk heeft Nederland ervoor gekozen dat wel te doen, aanvankelijk in een cirkel van 1 km rond een besmet bedrijf. Al vrij snel is dat uitgebreid naar 2 km. De dieren konden verdacht worden verklaard als een ambtenaar redenen had om aan te nemen dat de dieren vatbaar waren voor mkz en in de gelegenheid waren geweest om te worden besmet. Het preventief doden gebeurde op basis van artikel 10 van de Europese richtlijn 90/425/EEG, waarin staat dat een lidstaat bij een uitbraak onmiddellijk de voorgeschreven bestrijdings- of preventiemaatregelen ten uitvoer legt, of elke andere maatregel vaststelt die hij passend acht.
Noodvaccinatie was toegestaan op basis van Richtlijn 85/511/EEG (artikel 13), na toestemming van de Europese Commissie, en indien de ziekte zich op grote schaal dreigde te verspreiden. Andere voorwaarde: de noodvaccinatie moest worden beperkt tot de ziektehaard. De wezenlijke belangen van de Gemeenschap mochten door vaccinatie niet in gevaar worden gebracht. Al vrij snel na de eerste uitbraak ging Nederland op basis van een beschikking van de Europese Commissie over tot noodvaccinaties in de regio Oene. Daardoor konden de dieren rond de besmette bedrijven ‘’gefaseerd’’ worden gedood.
Op 3 april 2001 gaf het Permanent Veterinair Comité in Brussel een positief advies aan de Europese Commissie over uitbreiding van het noodvaccinatieprogramma tot de zogeheten driehoek Apeldoorn-Zwolle-Deventer. Daarmee werd indirect het doodvonnis geveld over 54.000 runderen. Het Permanent Veterinair Comité, bestond destijds uit Chief Veterinary Officers (CVO’s) van de lidstaten. In 2002 is het opgegaan in Standing Committee on the Food Chain and Animal Health.
In de schijnwerpers:
Landbouwminister Laurens Jan Brinkhorst
Eurocommissaris David Byrne
Voorzitter van LTO Nederland Gerard Doornbos
Achter de schermen:
Chief Veterinary Officer van het Ministerie van Landbouw en lid van het Permanent Veterinair Comité (spil in het web), vertegenwoordigers van de vlees- en zuivelindustrie, de mkz-staf van het ministerie van LNV onder leiding van Tjibbe Joustra, medewerkers van de OIE (Office International des Epizooties, een organisatie waarbij zich destijds 158 landen hadden aangesloten, waaronder alle Europese lidstaten. Deze organisatie bepaalde of een land vrij is van een dierziekte.
Relevante plaatsen:
Brussel: hoofdstad van België en hoofdkwartier van de Europese Unie, zetel van Europese instellingen. In dit boek wordt Brussel vaak gebruikt als begrip dat staat voor het centrum van de Europese macht. In Brussel bevindt zich ook het hoofdkantoor van Copa Cogeca, een organisatie die de belangen vertegenwoordigt van de boeren in Europa en de landbouwcoöperaties.
Lelystad: plaats waar het onderzoeksinstituut is gevestigd van wat in 2001 ID-Lelystad heette. Tegenwoordig heet het instituut Wageningen Bioveterinary Research.
Stroe: plaats van het landelijke mkz-crisiscentrum.
Driehoek: gebied tussen Apeldoorn, Deventer en Zwolle (noordelijke Veluwe en het aangrenzende IJssel dal) waar zich 23 van de 26 besmettingen hebben voorgedaan. Daar zijn alle, niet alleen besmette maar ook gevaccineerde evenhoevigen gedood en vernietigd.
Je kan de inhoud van deze pagina niet kopiëren